Caroline (41) merkt het bijna dagelijks. Op het schoolplein, in de supermarkt, bij familiebezoek. Haar zoontje loopt vrijwel altijd in een korte broek, zelfs wanneer de temperaturen dalen. Dat levert haar veel blikken op, en nog meer ongevraagde meningen.
“Het is niet eens dat mensen het subtiel houden,” zegt ze. “Ze vragen recht op de man af of hij het niet koud heeft, of kijken me aan alsof ik iets verkeerd doe als moeder.”
Volgens Caroline is de keuze echter heel simpel. Haar zoontje voelt zich prettiger in korte broeken. “Hij zegt dat lange broeken kriebelen, knellen of te warm zijn. In een korte broek kan hij vrij bewegen en is hij ontspannen.”
Ze heeft het echt geprobeerd, benadrukt ze. Zachte joggingbroeken, dunne stoffen, thermobroeken. “Elke keer eindigde het in strijd. Tranen, boosheid, stress. En zodra hij weer een korte broek aanheeft, is alles voorbij.”

Caroline vertrouwt erop dat haar zoon zijn eigen lichaam goed aanvoelt. “Hij rent, speelt, klimt, staat nooit stil. Zijn benen zijn warm. Hij zegt dat hij het niet koud heeft, en daar ga ik in mee.”
Wat haar vooral stoort, is het constante commentaar. “Mensen voelen zich geroepen om advies te geven. ‘Straks wordt hij ziek’ of ‘Dat kan toch niet in deze kou’. Alsof ik daar zelf nooit over heb nagedacht.”
Ze merkt ook een vreemde dubbele standaard. “Een kind zonder muts is geen probleem. Een jas die openstaat, ach ja. Maar blote knieën? Dan is ineens iedereen bezorgd.”
Ironisch genoeg is haar zoon zelden ziek. “Geen eindeloze verkoudheden of griepjes. Maar toch wordt gedaan alsof hij elk moment onderkoeld kan raken.”
Volgens Caroline projecteren volwassenen hun eigen kougevoel op kinderen. “Wat voor een volwassene koud voelt, hoeft dat voor een kind helemaal niet te zijn. Zeker niet als ze constant in beweging zijn.”
Ze vindt het belangrijk dat kinderen leren luisteren naar hun lichaam. “Dat zeggen we altijd, toch? Totdat een kind iets kiest wat wij raar vinden.”
Caroline hoopt dat mensen wat milder worden. “Ik ben zijn moeder. Ik zie hem elke dag. Ik weet wanneer hij het koud heeft en wanneer niet.”
Ze lacht. “En als hij morgen ineens een lange broek wil dragen, prima. Maar tot die tijd zou het fijn zijn als mensen hun zorgen gewoon voor zichzelf houden.”











