Jeanet (42) zegt het zacht, bijna verontschuldigend. Alsof ze weet hoe hard die woorden klinken. Alsof ze zich er meteen voor schaamt. “Ik hou van mijn kinderen,” zegt ze snel. “Dat is het niet. Maar als ik eerlijk ben… als ik het over mocht doen, had ik deze keuze niet opnieuw gemaakt.”
Vroeger was het anders. Toen haar kinderen nog klein waren, voelde haar leven compleet. “Ik was zó gelukkig,” vertelt ze. “Die knuffels, die kleine handjes, verhaaltjes voor het slapengaan. Ik dacht echt: dit is waar ik het allemaal voor doe.” Ze leefde voor hen, bouwde haar dagen om hen heen, zette zichzelf zonder nadenken op de tweede plaats. En dat voelde toen logisch. Goed zelfs.
Maar ergens onderweg veranderde alles.
Haar dochter kwam in de puberteit en raakte zichzelf kwijt. “Ze werd boos, gesloten, onbereikbaar,” zegt Jeanet. “We kregen ruzie over alles. School, vrienden, regels.” Langzaam merkte ze dat haar dochter verkeerde keuzes begon te maken. Spijbelen. Liegen. Weglopen. “Ik herkende mijn eigen kind niet meer. En hoe harder ik probeerde te helpen, hoe verder ze van me af leek te drijven.”

Alsof dat nog niet genoeg was, ging het ook met haar zoon mis. “Hij was altijd zo lief,” zegt Jeanet, haar stem breekt. “Zo gevoelig.” Maar hij kwam in een vriendengroep terecht die hem langzaam een andere kant op trok. Kleine dingen eerst. Grote mond. Geld dat hij niet kon verklaren. En toen kwam het moment waarop ze wist: dit is niet meer onschuldig.
“Het criminele circuit,” zegt ze. “Dat woord had ik nooit aan mijn kind willen koppelen.” Politie aan de deur. Nachtelijke telefoontjes. De constante angst dat er iets verschrikkelijks zou gebeuren. “Ik sliep niet meer. Ik leefde in spanning. Elke dag opnieuw.”
Wat haar het meest pijn doet, is het gevoel van falen. “Mensen zeggen: ‘Je hebt ze toch goed opgevoed?’ Maar als het zo goed was gegaan, waren we hier dan beland?” Ze voelt zich verantwoordelijk voor alles wat misging. Voor elke verkeerde keuze die haar kinderen maakten. “Als moeder draag je alles. Ook wat zij kapotmaken.”
Langzaam verdween Jeanet zelf uit beeld. Haar leven werd één lange zorgmodus. “Ik heb geen dromen meer,” zegt ze. “Geen plannen. Alles draait om brandjes blussen.” Ze voelt zich leeg, uitgeput, oud. “Ik ben 42, maar ik voel me soms 70.”
En dan komt die gedachte. Die ene gedachte waar ze zich diep voor schaamt. “Als ik geen kinderen had gehad, was mijn leven misschien rustiger geweest. Lichter. Misschien was ik dan nog mezelf geweest.”
Ze benadrukt dat ze haar kinderen nooit zou laten vallen. “Ik blijf hun moeder. Tot het einde.” Maar eerlijk zijn betekent voor haar ook durven zeggen wat bijna niemand durft te denken. “Liefde en spijt kunnen naast elkaar bestaan.”
Jeanet kijkt even weg en zegt dan: “Mensen zeggen dat kinderen je leven verrijken. Maar soms… breken ze het ook.”
En dat hardop zeggen, dat voelt voor haar misschien wel als het grootste taboe van allemaal.











