Yvette is 37, moeder van twee jonge kinderen en werkt vier dagen per week. Elke maand, nog voordat haar salaris binnen is, weet ze al hoe het gaat eindigen. “Het grootste deel verdwijnt direct naar de kinderopvang,” zegt ze. Wat overblijft voelt als een fooi voor de moeite. “Soms vraag ik me serieus af waarom ik nog werk.” Niet omdat ze haar baan niet leuk vindt, maar omdat de rekensom simpelweg niet meer klopt.
Werken voor opvanguren
Toen Yvette moeder werd, was blijven werken een vanzelfsprekende keuze. Financieel onafhankelijk zijn, voorbeeld zijn voor haar kinderen en haar carrière niet volledig stilzetten. Maar naarmate de opvangkosten stegen, begon dat beeld te kantelen. “Voor vier dagen opvang betalen we meer dan onze hypotheek.” Ze benadrukt dat ze geen luxe opvang heeft. “Gewoon regulier, niks bijzonders.” Toch voelt het alsof ze werkt om haar kinderen ergens anders te laten opgroeien.
Het idee van keuzevrijheid
Volgens Yvette wordt vaak gedaan alsof ouders een vrije keuze hebben. Meer of minder werken, opvang of thuisblijven. In de praktijk is die keuze beperkt. “Als ik minder ga werken, verlies ik inkomen én perspectief.” Tegelijkertijd levert extra werken nauwelijks iets op. Toeslagen dalen, opvangkosten stijgen en netto blijft er weinig verschil. “Het systeem straft elke stap die je probeert te zetten.”
De mentale belasting
Naast het financiële aspect speelt ook de mentale druk mee. Yvette voelt zich constant opgejaagd. Haasten in de ochtend, schuldgevoel op het werk, schuldgevoel thuis. “Je doet alles half.” Ze merkt dat het haar energie kost om elke maand weer te puzzelen. “Je leeft van factuur naar factuur.” Dat gevoel van continu tekortschieten knaagt. “Niet omdat we het slecht doen, maar omdat het systeem zo is ingericht.”

Geen luxeprobleem
Yvette ergert zich aan het idee dat kinderopvang een luxe zou zijn. “Het is geen oppas voor een avondje uit.” Het is een voorwaarde om te kunnen werken. Volgens haar wordt dat nog te vaak vergeten in politieke discussies. “Er wordt gepraat over arbeidsparticipatie, maar de randvoorwaarden maken het bijna onmogelijk.” Ze ziet om zich heen steeds meer ouders, vooral moeders, die besluiten minder te werken of helemaal te stoppen. “Niet omdat ze dat willen, maar omdat ze niet anders kunnen.”
De ongelijkheid die groeit
Wat Yvette extra wrang vindt, is dat hogere inkomens de klap makkelijker opvangen. “Voor hen is opvang duur, maar behapbaar.” Voor middeninkomens zoals zij voelt het als verdrinken. “Wij vallen precies tussen wal en schip.” Te veel om echt geholpen te worden, te weinig om het probleem zelf op te lossen. “Dat zorgt voor stille frustratie.”
Een samenleving die zichzelf vastzet
Volgens Yvette snijdt het systeem zichzelf in de vingers. Minder werken betekent minder belastinginkomsten, meer afhankelijkheid en stilvallende carrières. “We willen gelijke kansen, maar maken het ouders onmogelijk.” Ze benadrukt dat haar verhaal geen klaagzang is, maar een signaal. “Dit gaat niet over mij alleen, dit speelt overal.”
Aan het eind van het gesprek blijft één vraag hangen die Yvette ook aan jou wil stellen, vind jij het normaal dat werken voor ouders financieel nauwelijks loont door de hoge kinderopvangkosten, of is het tijd dat dit systeem fundamenteel anders wordt ingericht?









