Domien (67) is er klaar mee. Waar de één vol enthousiasme overstapt op elektrisch rijden, trapt hij resoluut op de diesel. Niet uit koppigheid, zegt hij, maar uit ervaring. “Ik heb dit eerder gezien,” zegt hij. “Eerst wordt het gepromoot, gesubsidieerd en aangemoedigd. En zodra iedereen over is, draaien ze de kraan dicht.”
“Eerst belonen, daarna straffen”
Volgens Domien is het patroon duidelijk. “Kijk naar de zonnepanelen. Jarenlang werd gezegd: dit is de toekomst. Mensen investeerden duizenden euro’s, vaak met geleend geld. En nu? Saldering wordt afgebouwd, terugleveren kost geld, regels veranderen.”
Hij schudt zijn hoofd. “En nu willen ze datzelfde doen met elektrische auto’s. Nu krijg je voordelen, straks ben je de melkkoe.”
Geen vertrouwen meer in beleid
Wat Domien vooral mist, is betrouwbaarheid. “Ik ben niet tegen vooruitgang,” zegt hij. “Maar ik ben wel tegen beleid dat elke paar jaar compleet verandert.”
Hij wijst erop dat veel mensen een elektrische auto kopen omdat het financieel aantrekkelijk lijkt. “Geen wegenbelasting, lagere bijtelling, subsidies. Maar denk je nou echt dat dat zo blijft als iedereen elektrisch rijdt?”
Volgens Domien is het naïef om dat te geloven. “De overheid loopt belasting mis. Dat halen ze vroeg of laat terug. Via kilometerheffing, hogere stroomprijzen of nieuwe belastingen.”
Diesel voelt eerlijk
Voor Domien is diesel simpel. “Ik weet waar ik aan toe ben. Ik betaal accijns, ik betaal belasting, klaar.” Geen laadpalen, geen apps, geen onzekerheid over actieradius of netcongestie.
“Ik gooi hem vol en rij,” zegt hij. “En ja, ik betaal meer. Maar ik wéét tenminste dat dit niet ineens morgen verdubbelt omdat iemand in Den Haag een nieuw plan heeft.”

“Ze maken mensen afhankelijk”
Wat Domien ook dwarszit, is de afhankelijkheid van technologie. “Elektrisch rijden klinkt mooi, maar je bent afhankelijk van laadnetwerken, software-updates en beleid.”
Hij vergelijkt het met zonnepanelenbezitters die zich nu bedrogen voelen. “Die dachten: dit doe ik slim. En nu betalen ze voor stroom die ze zelf opwekken.”
“Dat vertrouwen ben ik kwijt,” zegt hij. “En als je dat kwijt bent, ga je niet nog een keer meedoen.”
Kritiek? Die verwacht hij al
Domien weet dat zijn mening niet populair is. “Dan ben je ineens ‘tegen duurzaamheid’ of ‘niet met je tijd mee’.” Maar daar haalt hij zijn schouders over op.
“Ik heb lang genoeg geleefd om te weten dat hypes komen en gaan,” zegt hij. “En dat de rekening meestal bij de burger belandt.”
“Ik blijf rijden wat werkt”
Voorlopig blijft Domien dus diesel rijden. Niet uit nostalgie, maar uit wantrouwen. “Laat eerst maar eens zien dat regels tien, twintig jaar stabiel blijven.”
Tot die tijd is hij duidelijk.
“Ze kunnen van alles beloven,” zegt hij. “Maar ik trap niet nog een keer in hetzelfde trucje.”













