Erik is 25, werkt fulltime en probeert vooruit te kijken. Maar hoe verder hij kijkt, hoe somberder het plaatje wordt. “Als ik eerlijk ben, ga ik er al vanuit dat ik pas rond mijn 75e mag stoppen met werken. Misschien nog later.”
Hij zegt het niet lachend. Het is geen grap. Het is een rekensom.
De AOW schuift steeds verder op
Volgens Erik is het simpel. De AOW leeftijd stijgt. En elke keer wordt gezegd dat het de laatste verhoging is. “Maar ondertussen gaat hij steeds omhoog. En wie is daar de dupe van. Niet de mensen die nu bijna met pensioen zijn. Dat zijn wij.”
Jongeren bouwen hun leven op in een systeem dat voortdurend wordt aangepast. “De regels veranderen terwijl wij al meedoen. Dat voelt oneerlijk.”
Beginnen met achterstand
Erik begon later met werken door studie. “Ik was 23 toen ik echt begon. Dat betekent dat ik al twee jaar ‘kwijt’ ben vergeleken met vroeger.”
Daar komen tijdelijke contracten bij. Flexwerk. Geen vaste opbouw. “En dan hoor je dat je langer moet doorwerken omdat mensen ouder worden. Maar mijn lichaam slijt ook.”
Hij werkt nu al met collega’s die eind vijftig zijn en aftellen. “Die zeggen zelf al ik trek dit geen tien jaar meer. En ik moet er nog vijftig.”
Langer werken is geen keuze
Volgens Erik wordt het vaak gebracht alsof het logisch en noodzakelijk is. “Maar niemand vraagt of het ook haalbaar is.”
Niet elk beroep kun je tot op hoge leeftijd blijven doen. “Probeer maar eens fysiek werk te doen als je 70 bent. Of mentaal scherp te blijven na decennia prestatiedruk.”
Hij ziet om zich heen dat burn outs steeds jonger voorkomen. “En toch wordt gezegd dat we langer door moeten.”

Pensioen voelt als een illusie
Voor Erik voelt pensioen niet als iets om naartoe te werken. “Het is iets abstracts. Iets wat misschien nooit komt.”
Hij spaart, maar weet niet waarvoor. “Wat heb je aan pensioen als je lichaam op is tegen de tijd dat je het krijgt.”
Dat maakt hem boos. “We betalen mee. We werken. We dragen bij. Maar zekerheid krijgen we niet terug.”
Jongeren slikken het maar
Wat Erik het meest stoort is de gelatenheid. “Het wordt gebracht als onvermijdelijk. Alsof we geen keuze hebben.”
Maar hij ziet wel wie worden ontzien. “Elke verhoging raakt vooral mensen die nu jong zijn. De rekening wordt doorgeschoven.”
Volgens hem durft niemand dat hardop te zeggen.
Geen klaagzang maar realiteit
Erik zegt niet dat hij niet wil werken. “Ik wil bijdragen. Ik wil nuttig zijn.”
Maar hij wil ook perspectief. “Een eindpunt. Iets waarvan je weet daar werk ik naartoe.”
Hij haalt zijn schouders op. “Nu voelt het alsof mijn generatie gewoon moet blijven rennen. Tot we erbij neervallen. En dan heet het pech gehad.”
Hij zegt het rustig. Maar de boodschap is hard. “Waarschijnlijk mag ik met 75 pas met pensioen. En eerlijk gezegd verwacht ik dat steeds meer jongeren daar al rekening mee houden.”













