“Ik voel me continu bekeken”
Wat begon als een gevoel van ongemak, is inmiddels uitgegroeid tot pure frustratie. Jantien (55) woont al twintig jaar met plezier in haar rijtjeshuis, maar sinds haar overbuurman meerdere beveiligingscamera’s heeft opgehangen, voelt ze zich allesbehalve op haar gemak.
“Als ik mijn gordijnen open doe, zie ik die zwarte bolletjes recht mijn kant op gericht,” vertelt ze. “Misschien beeld ik het me in, maar het voelt alsof ik 24/7 bekeken word.”
Volgens haar hangen er inmiddels drie camera’s aan de gevel van de overbuurman — en eentje lijkt precies op haar voordeur gericht.
Veiligheid of controle?
De overbuurman zelf ziet het probleem niet. In de straatapp liet hij weten dat de camera’s puur voor beveiliging zijn. “Er zijn de laatste maanden meerdere pakketjes gestolen. Ik wil gewoon mijn huis beschermen.”
En daar wringt het. Want waar ligt de grens tussen je eigen veiligheid waarborgen en de privacy van anderen respecteren?
Jantien is duidelijk: “Je mag je eigen huis filmen, maar niet dat van mij.”

“Ik voel me niet meer vrij”
Wat haar het meest stoort, is het gevoel van constante observatie. “Ik sta anders in mijn tuin. Ik denk na over wat ik doe. Dat is toch niet normaal?”
Ze heeft haar buurman aangesproken, maar volgens haar werd dat gesprek snel defensief. “Hij zei dat ik overdreef en dat ik niets te verbergen heb. Maar dat is het punt niet.”
Moet je pas bezwaar maken tegen cameratoezicht als je iets fout doet? Of gaat het om principe?
De wet versus de moraal
Juridisch ligt het ingewikkeld. Camera’s mogen, maar ze mogen niet structureel gericht zijn op andermans eigendom zonder noodzaak. Toch blijft handhaving in woonwijken lastig.
En zelfs als iets technisch mag, betekent dat nog niet dat het sociaal wenselijk is.
Is het asociaal om je straat te filmen? Of overdreven om je daar druk over te maken?
De buurt is verdeeld
Inmiddels gonst het in de buurtapp. Sommige buren steunen Jantien volledig. “Vandaag zijn het camera’s, morgen drones,” schreef iemand.
Anderen vinden haar reactie overdreven. “Als je niets verkeerd doet, maakt het toch niets uit?” klinkt het aan de andere kant.
Het kamp ‘privacy’ botst frontaal met het kamp ‘veiligheid’.
Waar eindigt het?
Steeds meer Nederlanders hangen slimme deurbellen en beveiligingscamera’s op. De technologie is betaalbaar en laagdrempelig. Maar wat betekent dat voor de onderlinge verhoudingen in de straat?
Jantien weet één ding zeker: “Ik wil me thuis voelen in mijn eigen huis. Niet alsof ik in een realityprogramma woon.”
De vraag blijft: wie moet hier water bij de wijn doen — de bezorgde buurman of de gefrustreerde overbuurvrouw?













