Een visverkoper uit Hoek van Holland moet zich binnenkort voor de rechter verantwoorden omdat hij een vrouw met een gezichtssluier niet wilde helpen. Het gerechtshof in Den Haag heeft besloten dat er voldoende reden is om hem te vervolgen voor mogelijke discriminatie.
Het voorval gebeurde op 25 september 2022. De vrouw ging naar een viswinkel om kibbeling te kopen en droeg een nikab, waardoor alleen haar ogen zichtbaar waren. De verkoper weigerde haar te bedienen. In videobeelden die de vrouw zelf opnam, is te horen dat hij geen klanten helpt van wie hij het gezicht niet kan zien. Hij gaf aan dat hij dat niet vertrouwt en dat hij zelf bepaalt aan wie hij verkoopt.

De vrouw deed daarna aangifte, omdat ze vindt dat ze ongelijk is behandeld vanwege haar geloof. Volgens haar is de nikab een religieuze uiting en was dat de reden dat ze werd geweigerd.
Het Openbaar Ministerie besloot eerst om de zaak niet door te zetten. Volgens justitie was er niet genoeg bewijs dat de weigering met religie te maken had. De verkoper zou haar hebben afgewezen omdat haar gezicht niet zichtbaar was, niet vanwege haar geloof. De vrouw legde zich daar niet bij neer en ging in beroep bij het gerechtshof.
Dat hof heeft nu anders geoordeeld. Volgens de rechters zijn er genoeg aanwijzingen om de zaak toch voor de rechter te brengen. De aangifte, de videobeelden en verklaringen in het dossier geven volgens hen voldoende basis voor vervolging.
Daarnaast vindt het hof dat de zaak een breder belang heeft. Het is nog niet duidelijk waar de grens ligt voor winkeliers om iemand te weigeren vanwege gezichtsbedekkende kleding. Een rechtszaak kan helpen om daar meer duidelijkheid over te krijgen.













