Extra verzekering bij je nieuwe apparaat: vaak niet nodig
Koop je een wasmachine, tv of laptop, dan krijg je aan de kassa bijna altijd de vraag of je er een productverzekering bij wilt. Dat klinkt geruststellend, maar in veel gevallen heb je er weinig aan. Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat zo’n aanvullende polis regelmatig dubbelop is met wat je al hebt geregeld via je inboedelverzekering of waar je wettelijk recht op hebt als consument.
Waar keek de Consumentenbond naar?
De bond vergeleek de verzekeringen die worden aangeboden door grote elektronicaketen zoals Coolblue, MediaMarkt, EP, Electro World en Expert. Wat meteen opvalt: de premie is gekoppeld aan de aanschafprijs van het product. Hoe duurder je aankoop, hoe hoger het bedrag dat je voor de verzekering neertelt. Daardoor lopen de kosten flink op, terwijl de toegevoegde waarde niet altijd duidelijk is.
Wat kost zo’n polis eigenlijk?
Neem een wasmachine van 600 euro als voorbeeld. Bij sommige winkels betaal je ongeveer 90 euro voor een basisdekking. Ga je voor een uitgebreid pakket, dan kan dat oplopen tot zo’n 359 euro. Andere aanbieders zitten daar tussenin met bedragen die kunnen uitkomen tot rond de 270 euro. Reken maar uit: bij een paar aankopen tikt dat snel aan, terwijl je daardoor niet per se beter beschermd bent dan je dacht.

Je inboedelverzekering dekt vaak al meer dan je denkt
Veel mensen realiseren zich niet dat schade door brand of lekkage in de meeste gevallen al valt onder de inboedelverzekering. Heb je een uitgebreidere dekking, dan worden ook onverwachte ongelukjes in huis – denk aan iets laten vallen of een stootje tijdens het verplaatsen – vaak gewoon vergoed. Belangrijk detail: die polis beschermt je hele huisraad, dus niet één specifiek apparaat. Je betaalt dus niet per item, maar je hele inboedel profiteert van dezelfde dekking.
Wettelijke garantie: jouw recht op herstel of vervanging
Verkopers prijzen premiumverzekeringen graag aan met beloften als vergoeding bij slijtage of motorschade. Klinkt aantrekkelijk, maar bij normaal gebruik heb je binnen de verwachte levensduur van het apparaat al recht op gratis reparatie of vervanging. Gaat je toestel binnen die redelijke termijn kapot zonder dat je er rare dingen mee hebt gedaan, dan is de verkoper verantwoordelijk om het probleem op te lossen. Dat geldt ook voor defecten die simpelweg voortkomen uit normaal gebruik.
Met andere woorden: wat vaak als ‘extra zekerheid’ wordt verkocht, heb je op basis van de wet vaak al in je broekzak. Je hoeft dus niet automatisch extra te betalen om te krijgen waar je toch al recht op hebt. Dat scheelt geld én gedoe achteraf.
Wat zegt de Consumentenbond hierover?
Sandra Molenaar, directeur van de Consumentenbond, geeft aan dat in de polisvoorwaarden van productverzekeringen regelmatig zaken opduiken die onder de wettelijke garantie horen, zoals fabrieksfouten. Volgens haar is dat misleidend: consumenten betalen dan voor een dekking die ze eigenlijk al hebben. Het advies van de bond is daarom om kritisch te blijven aan de toonbank en niet meteen ‘ja’ te zeggen als er een verzekeringsaanbod wordt gedaan.
Wanneer kies je wél of juist niet?
Twijfel je? Kijk dan eerst wat je huidige inboedelverzekering dekt en wat de voorwaarden zijn rond ongelukjes in huis. Bedenk daarnaast hoe lang je redelijkerwijs mag verwachten dat een apparaat meegaat bij normaal gebruik. Binnen die periode hoort de verkoper je te helpen als er iets misgaat. Pas als je na dat checken nog duidelijk toegevoegde waarde ziet in een aanvullende polis, is het het overwegen waard. Voor veel kopers blijkt dat niet het geval te zijn.
Handig om te onthouden aan de kassa
Samengevat: een extra productverzekering lijkt een veilige keuze, maar is vaak overbodig door de combinatie van je bestaande inboedelverzekering en je wettelijke rechten. Vraag daarom altijd naar de precieze dekking, vergelijk die met wat je al hebt en laat je niet opjagen. Een bewuste ‘nee, dank je’ kan je zo tientallen tot honderden euro’s besparen, zonder dat je inlevert op zekerheid.













