Contant geld is nog lang niet weg
Hoewel we massaal pinnen en mobiel betalen, blijft cash verrassend hardnekkig. Volgens de Europese Centrale Bank wordt in Nederland nog altijd zo’n één op de vijf betalingen met briefgeld gedaan. Veel mensen bewaren daarom wat geld thuis. Dat is prima, maar tot op zekere hoogte: vanaf een bepaald bedrag wil de Belastingdienst weten wat je in huis hebt.
Nieuwe spelregels per 2026: betalen boven € 3.000 mag niet meer
Sinds 1 januari 2026 geldt een strengere grens voor contante betalingen. Aankopen afrekenen met cash boven € 3.000 is niet toegestaan. Dat betekent niet dat je geen hogere bedragen in huis mag hebben. Bezit van contant geld is gewoon legaal; het gaat puur om wat je er buitenshuis mee doet bij transacties.
Overheden en banken adviseren zelfs om een kleine noodvoorraad cash in huis te hebben. Valt het digitale betalingsverkeer uit door bijvoorbeeld een grote stroomstoring, dan kun je tenminste nog boodschappen afrekenen.

Hoeveel contant geld mag je zonder melding bewaren in 2026?
Heb je cash thuis liggen, dan hoeft de Belastingdienst dat niet altijd te weten. In 2026 geldt: tot € 672 voor alleenstaanden en tot € 1.344 voor fiscale partners hoef je dit niet in je aangifte te vermelden. Ga je daaroverheen, dan moet je het bedrag wel opnemen in je belastingaangifte.
Let op: cadeaubonnen en tegoedbonnen tellen ook mee in dat totaal. Bovendien werkt de Belastingdienst met een peildatum. Die is elk jaar op 1 januari. Voor de aangifte over vorig jaar (dus 2025), die je uiterlijk 1 mei 2026 indient, gelden daarom de limieten die in 2025 van kracht waren – niet die van 2026.
Wanneer betaal je daadwerkelijk belasting over cash?
Veel mensen denken dat contant geld buiten beeld van de fiscus blijft. In de praktijk kan de Belastingdienst inderdaad lastig controleren wat je thuis verstopt. Dat is voor sommigen juist een reden om cash te sparen, uit privacyoverwegingen.
Toch levert het je meestal geen belastingvoordeel op. Of je nu geld op een rekening hebt staan of in een oude koekjestrommel bewaart: het telt mee voor je vermogen in box 3. Je gaat pas belasting betalen als je totale box 3-vermogen boven de drempel uitkomt: € 59.357 voor alleenstaanden of € 118.714 voor fiscale partners. Onder die grens betaal je niets, ongeacht of het om spaargeld, beleggingen of contant geld gaat.
Risico’s van veel briefgeld in huis
Grote bedragen thuis aanhouden klinkt overzichtelijk, maar er zitten flinke risico’s aan. Diefstal is de meest voor de hand liggende. Inbrekers weten precies waar mensen contant geld verstoppen: in lades, in een kluisje, onder het matras of achter een plint. Ben je de klos, dan ben je het geld vaak kwijt.
Daarnaast kun je bij brand of waterschade zomaar een hele stapel biljetten verliezen. Je inboedelverzekering biedt hier meestal maar beperkte dekking voor. De uitkering bij schade of diefstal van contant geld ligt vaak ergens tussen de € 250 en € 500. Bewaar je bijvoorbeeld € 3.000 in een sok, dan krijg je daar doorgaans maar zo’n 10% tot 17% van terug.
Heb je toch graag een grotere cashbuffer thuis, check dan je polisvoorwaarden goed. Zo weet je precies wat je verzekeraar wél en niet vergoedt en kun je beter inschatten welk bedrag je verantwoord kunt bewaren.
Kort samengevat
Cash blijft een nuttige back-up, maar houd de regels in de gaten. Contant afrekenen boven € 3.000 is sinds 2026 verboden, thuis bewaren mag wel. In 2026 hoef je bedragen tot € 672 (alleenstaand) of € 1.344 (fiscale partners) niet op te geven; alles daarboven vermeld je in je aangifte. Belasting betaal je pas als je totale box 3-vermogen de drempel van € 59.357 of € 118.714 (partners) overschrijdt. En onthoud: grote sommen in huis brengen serieuze risico’s met zich mee en zijn vaak maar beperkt verzekerd.













